Hepatitis C antistoffen

Print

Beschrijving van de test

Naam:
Hepatitis C antistoffen
Aanvraag code:
56127
Aanvraagbrief:
Loinc:
13955-0
Frequentie:
Dagelijks met uitzondering van weekend- en feestdagen.
Uitvoerend labo:
AZ Sint Jan
TAT:
8 uur - 3 dagen
24u/24u:
nee
Verantwoordelijke bioloog:
dr. Marijke Reynders

Afname van het materiaal

Afname:
Serum
Toegelaten recipiënt:
Serum gel tube
Volume:
0,5mL

Criteria voor aanvaarding of bijaanvraag

Acceptatie:
Gestold bloed wordt zo snel mogelijk, bij voorkeur binnen de 2 uur na afname, op kamertemperatuur naar het laboratorium gebracht.
Bijaanvraag:
Indien het serum een correcte pre-analytische fase onderging, en sindsdien bewaard wordt in de serotheek, kan een bijaanvraag gebeuren tot 1w na afname. Indien de bijaanvraag later komt, is overleg met verantwoordelijke microbiologe aangewezen.

Analyse

Analysemethode:
Chemiluminescent Microparticle Immunoassay (CMIA- Alinity i)
Deelname EKE:
SKML
Interferentie:
Sterk hemolytische of lipemische monsters kunnen minder betrouwbare resultaten geven.
Interpretatie:

Het hepatitis C-virus (HCV) is de veroorzaker van de meeste gevallen van posttransfusionele hepatitis en is wereldwijd een belangrijke oorzaak van morbiditeit en mortaliteit.

Laboratoriumdiagnostiek van HCV-infectie begint doorgaans met een screening op de aanwezigheid van HCV-specifieke antilichamen in serum. Monsters die (herhaaldelijk) reactief zijn in deze screeningstesten dienen te worden bevestigd met meer specifieke HCV-tests, zoals directe detectie van HCV-RNA via reverse transcriptie-polymerasekettingreactie (RT-PCR) of HCV-specifieke confirmatietesten.

HCV-antilichamen zijn doorgaans niet detecteerbaar tijdens de eerste 2 maanden na infectie, maar zijn meestal wel aantoonbaar in de latere herstelfase (>6 maanden na het begin van de infectie). Deze antilichamen neutraliseren het virus niet en bieden geen immuniteit tegen de infectie.

De huidige serologische screeningstesten voor de detectie van HCV-antilichamen omvatten enzymimmunoassay (EIA) en chemiluminescentie-immunoassay (CLIA). Ondanks de waarde van serologische testen voor HCV-screening, bestaan er enkele belangrijke beperkingen:

  • Er kan een lange vertraging zijn (tot 6 maanden) tussen blootstelling aan het virus en het ontwikkelen van detecteerbare HCV-specifieke antilichamen, vooral bij immuungecompromitteerde personen
  • Fout-positieve (vals-reactieve) screeningresultaten kunnen voorkomen
  • Een reactieve screeningstest maakt geen onderscheid tussen een doorgemaakte (opgeloste) en een actuele (chronische) HCV-infectie
  • Serologische testen geven geen informatie over de klinische respons op antivirale HCV-therapie

Een reactieve screeningstest dient altijd gevolgd te worden door een aanvullende of bevestigingstest, zoals een nucleinezuurtest (NAT) voor HCV-RNA of een HCV-confirmatietest. Nucleinezuurtesten bieden een zeer gevoelige en specifieke methode voor de directe detectie van HCV-RNA.

Referentiewaarden

Leeftijd Mannen Vrouwen
Negatief Negatief

Tarificatie

Nomenclatuur:
551154 - 551165 B 250 Diagnose en controle van de evolutie van virale hepatitis C, door aantonen van anti-HC antilichamen #(Maximum 1) (Cumulregel 328)
Bron: RIZIV website op 15/03/2026

Laatst gewijzigd op

31-07-2025