De Schistosoma haemagglutinatietest (ELI.H.A) laat de semikwantitatieve bepaling toe van specifieke antilichamen in patienten lijdend aan bilharziose tengevolge van Schistosoma mansoni (intestinale lokalisatie), Schistosoma haematobium (urinaire lokalisatie) en Schistosoma intercalatum (rectale/genitale lokalisatie).
De bilharzioses of schistosomiases (soms zwemmersdermatitis genoemd) vertegenwoordigen een groep chronische parasitaire aandoeningen te wijten aan niet-gesegmenteerde platwormen van het genus Schistosoma. De prevalentie bedraagt 180 miljoen mensen, en het is daarmee de tweede parasitaire aandoening wereldwijd na malaria.
Deze parasiet wordt voornamelijk gevonden in tropisch en subtropisch Afrika, in Zuid-Amerika en Azie, en is verantwoordelijk voor ongeveer 280.000 sterfgevallen per jaar.
Het genus Schistosoma telt 18 soorten, waarvan 5 pathogeen voor de mens:
Schistosomiasis is een chronisch aanslepende ziekte. Veel infecties verlopen subklinisch, geassocieerd aan een lichte bloedarmoede en ondervoeding (gebruikelijk in endemische gebieden). Acute schistosomiasis (Katayama koorts) treedt op enkele weken na oplopen van infectie, met name door S. mansoni en S. japonicum.
Mogelijke symptomen van schistosomiasis zijn buikpijn, hoesten, diarree, eosinofilie (mogelijk extreem hoog), koorts, vermoeidheid en hepatosplenomegalie. Huidletsels veroorzaakt door schistosomiasis kunnen persisteren na controle van infectie zelf. Vroege behandeling, in het bijzonder van kinderen, voorkomt de vorming van zweren.
Aan het begin van de infectie kunnen lichte jeuk en dermatitis ter hoogte van voeten en andere lichaamsdelen voorkomen na het zwemmen in rivieren/meren besmet met cercariae. Centrale infecties zijn ook mogelijk: cerebrale granulomateuze ziekte kan worden veroorzaakt door S. japonicum (granulomateuze inflammatie rondom de eieren in de hersenen en t.h.v. ruggemerg). Infecties met S. haematobium en S. mansoni kunnen leiden tot een transverse myelitis met slappe paraplegie.
Schistosomiasis kan in de aangetaste organen eveneens granulomateuze reacties en fibrose veroorzaken met evolutie naar:
Incidentie van blaaskanker en geassocieerde sterfte zijn over het algemeen verhoogd in de getroffen gebieden.
| Leeftijd | Mannen | Vrouwen |
|---|---|---|
|
Niet reactief <1/80 |
Niet reactief <1/80 |