Sterk hemolytische of lipemische monsters kunnen minder betrouwbare resultaten geven.
Cytomegalovirus (CMV) behoort tot de Herpesviridae-familie van virussen en veroorzaakt meestal een asymptomatische infectie, waarna het latent aanwezig blijft in de patient, voornamelijk in cellen afkomstig uit het beenmerg. Een primaire CMV-infectie bij immunocompetente individuen kan zich manifesteren als een mononucleosis-achtig syndroom, vergelijkbaar met een primaire Epstein-Barrvirusinfectie, met symptomen zoals koorts, malaise en lymfadenopathie.
CMV is een belangrijke oorzaak van morbiditeit en mortaliteit na een beenmerg- of solide orgaantransplantatie, bij personen met AIDS, en andere immuungecompromitteerde patienten. Dit kan het gevolg zijn van reactivatie van het virus of van een recent opgelopen infectie. Bij deze patientengroepen kan CMV vrijwel elk orgaan aantasten en leiden tot multiorgaanfalen. CMV is daarnaast verantwoordelijk voor congenitale aandoeningen bij pasgeborenen en behoort tot de TORCH-infecties (toxoplasmose, overige infecties waaronder syfilis, rubella, CMV en herpes simplex-virus).
Het resultaat van de IgG bepaling wordt bij voorkeur samen met het resultaat van de IgM bepaling geinterpreteerd. Seroconversie of significante titerstijging bij gepaarde monsters kan een acute of recente infectie bevestigen. In Belgie is de CMV seroprevalentie bij jong-volwassenen ca. 50%.
Caveats: